Gisteren vond in Hasselt de tweejaarlijkse illustratorendag plaats. Deze werd georganiseerd door de VIC, de Vlaamse Illustratoren Club. Tal van Vlaamse illustratoren kwamen naar de Vlaamse stad om aan workshops mee te doen en naar lezingen te luisteren. Bovendien was er een tentoonstelling ingericht van pop-upboeken uit de collectie van Jan Smeekens, die bewondering verdient voor zijn moed: de meeste boeken waren veilig achter glas, maar de collectie is zo uitgebreid dat op de vensterbanken ook nog prachtig opengevouwen boekwerken stonden, die daarvoor te groot waren, en dus half boven de gloeiende verwarmingsradiatoren bungelden. Je dacht: die arme Jan Smeekens krijgt zijn collectie nooit compleet en heelhuids terug en toch heeft hij heldhaftig medewerking verleend! Het is te hopen dat zijn collectie ook eens ergens in Nederland wordt opgesteld, want er zitten heel bijzondere boeken tussen.
Wie er ook was, tot mijn blijdschap, was Carlo van Baelen, de directeur van het Vlaams Fonds voor de Letteren. Zoals bekend subsidieert het Vlaamse fonds illustratoren net zo goed als schrijvers, omdat ze daar inzien dat illustraties onderdeel (kunnen) uitmaken van de literaire waarde van een publicatie. In Nederland is in principe ook financixc3xable ondersteuning mogelijk, maar die moet gehaald worden bij het Fonds Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst, en de regels van dat fonds zijn zodanig opgesteld dat het heel moeilijk is voor illustratoren om daar succes te kunnen boeken. Zo was het in ieder geval tot voor twee jaar geleden. Toen is het Fonds meer aandacht gaan besteden aan illustratoren en ik verwacht elk moment het verslag van het Fonds BKVB waarin de afgelopen twee jaren worden gexc3xabvalueerd, omdat dat twee jaar geleden is afgesproken. Zodra het rapport binnen is, zal ik erover berichten.
Ik vergiste me: het was inmiddels al drie jaar geleden!